menu denk mee beslis mee maak mee

Remix Tsjechov, tweede poging

 

Dit is de weblog behorende bij het project 'Remix Tsjechov, tweede poging'.

Ongewenste gasten in het ziekenhuis

Ongewenste ‘gasten’ in het Snouck van Loosen-ziekenhuis

Verplegend personeel uit de jaren 60 vertelden over de Kakkerlakkenplaag in het ziekenhuis. Hoe lang, die heeft geduurd vertelt het verhaal niet.

De Kakkerlakken kwamen met de bestellingen mee, die vaak in stro verpakt waren. Ze liepen ’s nachts over de nachtkastjes op zoek naar zoetigheid en natuurlijk waren ze volop te vinden in de keuken. Het waren hele grote en iedereen zorgde dus voor ‘koffie met een dekseltje!”

Gelukkig hebben de patiënten er niks van gemerkt, maar het personeel des te meer. Soms stuurden ze een leerling-verpleegster de keuken in, in de hoop dat die hard ging gillen als er een kakkerlak van het plafond op de grond viel of als ze er met een hoop gekraak op ging staan! Helaas lukte deze keer de grap niet, want deze zuster was al gewend aan, zoals zij ze noemde, die ‘grote torren’. Haar vader bracht die ook wel mee naar huis, als hij van de grote vaart thuiskwam. Geen idee dat dit kakkerlakken waren!

Uiteindelijk is de Kakkerlakkenplaag overwonnen met behulp van Rentokill, waarmee ook de muizen ‘verjaagd’ werden.

Verder vertelde Wouter v.d. Heide me, dat hij een verhaal gehoord heeft over een dakloze, die het ziekenhuis voor langere tijd ’s nachts gebruikt heeft om te slapen. Hij sloop elke avond naar binnen en is daarbij dus nooit gesnapt. De man had voor zichzelf een plek gevonden om warm en droog de nacht door te brengen, zonder dat het iemand opviel.
Hij is op een dag of nacht toch ontdekt, maar hoe lang hij zo ‘gelogeerd’ heeft dat wist Wouter me niet te vertellen

Honden in het Snouck van Loosen-ziekenhuis

Het eerste verhaal dat ik hoorde over dit onderwerp, werd me verteld door mevrouw Lub-Dekker. Het was nog voor de oorlog, toen haar opa in het ziekenhuis lag. Omdat zij het zo zielig voor opa vond, dat hij zijn hondje niet kon zien, bedacht ze ik ga er gewoon naar toe.
Via de tuin is ze naar binnen gegaan, niemand die haar tegenhield. Ze is door de gang gelopen naar de zaal waar opa lag. Hij was heel blij om even de hond te kunnen zien. Ook op de weg naar buiten is ze niemand tegen gekomen, die vroeg: “Wat doe jij hier met die hond?’

Het tweede verhaal komt van Elly Dangermond, toen nog zuster Hildering. Zij deed haar opleiding als 19-jarige in het ziekenhuis en woonde later in het nieuwe zusterhuis., dat in 1955 werd opgeleverd.

Haar ouders woonden toen op de Noorder Havendijk en haar moeder had een jong hondje gekregen voor haar verjaardag. Het hondje was gek van het ziekenhuis, hij volgde Elly vaak als zij die kant op ging. Ook naar de zaal waar zij dienst had, dat was vaak zaal 2 of 3.
Gelukkig ontdekte ze hem altijd op tijd en dan bracht ze hem snel naar haar kamer, waar hij heerlijk ging slapen op een schapen-vacht. Als haar dienst erop zat, bracht ze hem weer naar huis.

Maar op een keer ging het mis, de hond was naar binnen geglipt op een moment dat Elly niet werkte. Opeens klonk er “woef, woef’ achter het scherm op zaal 2. Zij werd later op het matje geroepen bij de hoofdzuster en moest uitleggen hoe die hond daar kwam. In alle eerlijkheid kon ze zeggen, dat ze geen idee had omdat zij geen dienst had. Zo liep het met een sisser af, want streng waren ze toen wel voor de leerling-verpleegsters.

Bedankt, mevrouw Lub-Dekker en Elly Dangermond

Patient met een tumor in 2955

Jos Eiling scheef het volgende verhaal over zijn vader, zij woonden in die tijd op Vijzelstraat nr.8.

Met een tumor in het Snouck van Loosen-ziekenhuis in 1955

In 1955 werd mijn vader opgenomen in het Snouck van Loosen-ziekenhuis. Hij had een tumor in zijn keel, zijn arts was dokter Scherpenisse. Om dat niet bekend was of het goedaardig, kwaadaardig of besmettelijk was, werd hij in een glazen box gelegd. Er waren drie van die boxen, een soort van isoleerplekken.

In de box was geen radio, televisie of telefoon, dus je begrijpt dat het lange en vervelende dagen waren. Door het glas kon hij niet met de andere patiënten praten en omdat er ook wel eens iemand in zo’n box overleed, was het voor mijn vader geen pretje.

Om de drie uur kreeg hij een goudinjectie, zoals hij zelf zei:” Ik zwem in het goud!” Als het avondbezoek was afgelopen, ging hij stiekem uit de box, kleedde zich aan en liep dan door de gang naar de keuken. Die was vlak naast ons huis. Wij woonden op Vijzelstraat 8.

Hij sloop de deur uit, bij ons de poort door en hij was thuis! Daar bleef hij dan koffiedrinken, de krant lezen of radio luisteren. Tot hij terug moest voor zijn volgende injectie. Hij zorgde dat hij dan weer in de box lag. Het is voorgekomen dat hij te laat was en de verpleging al naar de box onderweg was. Dan kreeg hij de injectie gewoon in de gang. Je kunt je gewoon niet voorstellen dat het kon!

Na een aantal weken begon hij op te knappen en vroeg hij aan dokter Scherpenisse: ’Mag ik weer een zwaar sjekkie opsteken?’ Dat was geen probleem, maar niet in de glazen box natuurlijk. Dus ging hij in de wachtkamer roken, maar dat was niet echt de bedoeling. Op die manier zou hij een besmetting van iemand over kunnen nemen!!! Op de gang roken was geen probleem.

Mijn vader is trouwens 87 jaar geworden

Trammelant in het ziekenhuis in 1955

Hier een mooi verhaal in het 'Enkuuzers' geschreven door Carel de Boer. Hij is een rasechte verteller, die op de Facebook site van 'Je bent Enkhuizer als ... 'schrijft. Hier in verhaal over:

Pruume bij de dokter in 1955 en trammelant in et ziekenuus.

Dokter van de (H)Eide van de van Bleiswijstreet had zun wachtkamer naast et steegie. Ele volsstamme pruumde en rookte in die tijd, ôk zun patiente die op ulie beurt zate te wachte.
De rokers stonden den buute en de pruumers zatte net om et oekie naas de deur en spuuwde en rochelde ullie tabaksap naar buute. Et streetje in de steeg was elegaar bruun uut slage van de kwat. Niks bijzonders, want voetballers lope ôk nog steeds allegaar te rochele op et veld. Er ware van die pruumers die konden de tabaksap tussen et gleufie van ullie veurtande meters wegspuute.
Van de Eide was weg weest veur un bevalling en kwam et steegie in om effies te kieke oeveul patiente er nog in de wachtkamer zate en spoot ientje per ongeluk un straal tabaksap op zun jassie. Zeit de dokter teuge die man,” je kenne wel naar uus gaan meneer de Vr. want et probleem dat je te kort lucht in je longe ewwe is oplost zo te zien want je spuge ver zat.
Ze adde in Enkhuzen ôk peukie zoekers. Die zochte op street sigare of sigarette peukies en rolde van de gevonden tabak weer un nieuw sjekkie. Der lagge ôk wel es uutgedroogde pruume op street. Ew et zien dat un arreme ouwe man et uut elkaar pelde en em in twee an elkaar geplakte vloeitjes rolde. “Kiek zeun zeit ie, et is nou net un sigaar worre en stak em op en zee teuge me _ snap niet dat de minse zulleke kostelukke tabak weggooie, want in de oorlog ew ik van arremoei un pijp met uitgeploze teertouw rookt.”
Leg ik later as twaalfjarig jochie op de mannezaal van et Snouck van Looseziekenuus same met twee are jochies, Riekessie Stavenuiter van de Oosterhave en Ton van Kesteren nu un beroemde kunstenaar in Oorn. Deer was diezelfde ouwe man un paar uur eerder bracht met pien in zun buuk. Komt zuster Slendenbroek op zaal, kiekt op et brieffie wat an zun bed ing en vraagt “meneer P. et u al un beetje ontlasting ad, nee zeit ie alliendig un koppie thee zuster. Den gaan we u un Klisma geve meneer P.”
Wist die ouwe man veul, die docht dat ij wat te ete kreeg. “Wel zonder korsies zuster, want mun tande ligge nog tuus.”
Was er ientje van die ouwe manne die wou effies leuk doen en zeit teuge zuster Slendenbroek “ Wilt u me “KUSSEN” -----effies opskudde. Zeit ze “Zoene mot je met je eige vrouw doen et is ier un ziekenuus, geen Bordeel”.
Ientje lag gewoon stiekum in bed te pruume. Et ie un groot glas met bloeme op zun nachtkassie staan. Komt er un jonge zuster effies et vasie met bloeme verskone, is et water donkerbruun en benne er un paar pruume tusse de steel propt. Deer raakte et zustertje elegaar opgewonde van en ze werd nijdig. “Ach zuster, zeit die man eel rustig, maak je niet zo druk mins, ik ew alliendug zere biene en an mun mond mankeert niks et dokter Skerrepenisse guster zeit. Docht den ken ik er geliek wel es effies ientje neme. En je make onderskeit tusse de ien en de are, want die alleve dooie hier naast me, is notabene van de blauwe knoop en krigt twee keer per dag un glaassie Pleegzuster Bloedwijn on an te sterreke.”
De directrice most er bij komme met de woorde “dut tolerere wij ier niet. Beste man as et weer beurt ké je naar uus.” Maar die ouwe man aald gien bakzeil en was er dik mee an met die Directrice en dat Ziekenuus, zodat zun familie em opaald ewwe. Zeit ie bij de deur teuge ons “Ut gaat jullie ier goed oor, ik bin 85 en ga liever tuus dood met mun pruumpie den ier te legge met pijn in mun arsus van dat geouweoer van die zusters”.
Ja, er waren zusters die regeerde met ijzere vuist over ullie zieke klante.

Broeder Jan Sietses

Van meneer de Jong heb ik een map te leen, met daarin alles wat hij heeft verzameld over het Snouck van Loosen-ziekenhuis. Geweldig om hierin te mogen bladeren en lezen.

Er zitten unieke dingen in, zoals een boekje met de 'Rede ter inwijding van de Snouck van Loosen Ziekeninrichting' uitgesproken 19 October 1900 door H. Bleijenberg, Predikant te Enkhuizen.

Achterin deze map kwam ik een foto-boekje tegen, gemaakt door Wytze Veenstra, Martin Stiemer, Saskia Geesink en Ryanne Thole, ter gelegenheid van een reünie in 2000, precies 100 jaar na deze inwijding. In dit boek staan verhalen en foto's van een aantal oud-medewerkers en een beknopte geschiedenis van het ziekenhuis.

Ik kies voor de naam Broeder Jan Sietses, omdat ik die al vaak heb horen noemen. Er zitten ook verhalen in, van de directrices en de doktoren, de verbouwingen, de activiteiten, de sluiting, de reünie van 1985, zuster Broeksma, zuster H. Maurer, Broeder Klein, Wil van der Haar- Uitterdijk en zuster Rozenkrantz. Daarbij nog veel mooie foto's, dus ik kan voorlopig vooruit!

Hierbij wil ik meneer de Jong hartelijk bedanken voor al dit prachtige materiaal, namens Toneelgroep Drommedaris.

De keuken van het ziekenhuis rond 1950

Rust hadden de patiënten niet altijd, want bij de keuken van het Snouck van Loosen-ziekenhuisin, werden 's morgens om 5 uur twaalf volle melkbussen gebracht en de lege weer ingeladen. Dat was nog rauwe melk, die eerst gekookt moest worden.

De familie Eiling, die bijna naast de keuken woonden, sliepen door de herrie heen, maar als er visite was, zaten die rechtop in bed. Dus dat zal met enkele patiënten ook wel zo geweest zijn.

In die tijd was de heer Santstra de kok van het Snouck van Loosen-ziekenhuis. Hij kocht zoals Jos Eiling zei 'wrak' vee op om te laten slachten voor het vlees in de keuken. Dat was vast om de kosten te drukken!

De kok kweekte zelf groente en fruit in de tuin en er liepen ongeveer 100 kippen voor de eieren. De supermarkt en de catering was toen nog ver van het bed!

Hier een foto van de grote keuken, herkent u nog mensen laat het me dan weten.

Pagina's