menu denk mee beslis mee maak mee

Praten over kunst, politiek en vluchtelingen, ‘of gewoon over koetjes en kalfjes’

 

Bezoekers van het Tijdelijk Museum konden niet om ze heen: de rondleiders in hun knalrode uniformen. Ze verrijkten het museumbezoek met eigen ervaringen.

21 november 2017

‘I am Latif from Uganda and I will take you past the art installations, through the history of this great structure and through my own experiences.’ Als een ervaren podiumdier leidt museummedewerker en oud-azc-bewoner Latif zijn publiek door de Bijlmerbajes.

 

We lopen de trap op, naar de wachtcellen. De smalle, betegelde en raamloze ruimtes met houten bankjes stonden onder bewakers bekend als de ‘sauna’s’. De graffiti op de deuren muren, bankjes en zelfs plafonds maken indruk: grove teksten, namen, telefoonnummers. De gevangenen gebruikten alles wat ze bij zich hadden, legt Latif uit. Ze krasten met hun nagels, schreven met pennen, brandden met aanstekers. Twee blonde zussen maken ondertussen een selfie in de cel.

 

De volgende halte is ‘de Kalverstraat’, de lange binnenstraat die de zes gevangenistorens met elkaar verbindt. Latif: ‘De deur is een grens, bezoekers mogen niet verder vanwege de privacy van de vluchtelingen die er nu wonen. Maar je moest eens weten hoe graag ik wilde dat mensen zoals jullie gedag kwamen zeggen. We zaten hier met veel mensen op elkaar, mensen met uiteenlopende achtergronden. Als de één een slechte dag had, hadden we allemaal een slechte dag.’

 

‘Toen ik hier zat, was het alsof ik het leven door een sleutelgat zag, het echte leven was onbereikbaar, voor mij waren alle dagen hetzelfde. Buiten zag ik mensen gelukkig zijn, elkaar omhelzen. Ik zag mensen haasten naar hun werk, ik wilde dat ik ook ergens naar toe moest haasten.’ Er valt even een zware stilte. Het groepje bezoekers laat Latifs woorden bezinken.

 

Bij het werk van kunstenaar Gali Blay vertelt Latif over de uiteenlopende verwachtingen die vluchtelingen hebben. Hoe ze dromen van een nieuw leven maar hier in een voormalige gevangenis terecht komen. ‘Het zet je verwachtingen volledig op z’n kop,’ zegt hij.

 

‘Wat had jij voor verwachtingen?’ vraagt een van de blonde zussen. ‘Die had ik niet, ik moest halsoverkop vluchten,’ zegt Latif. ‘Ik kwam hier boven duiken, pas toen kon ik weer ademhalen. Ik moest hier helemaal opnieuw beginnen, als een baby. Maar het mooie is, dat ik mijn nieuwsgierigheid heb hervonden. ’

 

Of zijn publiek ook een beetje nieuwsgierig is geworden, vraagt Latif als hij afscheid neemt. ‘Ik ben blij als ik zie dat mensen zich open stellen, als ze de wereld vanuit een andere hoek bekijken. De wereld is te mooi om jezelf te willen begrenzen.’

 

Museummedewerker Su houdt ondertussen de museumbalie in de gaten, begroet bezoekers, geeft uitleg. ‘Ik heb er geen problemen mee als mensen vragen waar ik vandaan kom en waarom ik in Nederland ben,’ zegt hij half in het Engels, half in het Nederlands. ‘Ik vind het juist leuk als mensen nieuwsgierig zijn. Mensen verwachten een Syriër als vluchteling, geen Chinees. Ze denken dat ik een student of expat ben.’

 

Su zat zes maanden in het azc in de Bijlmerbajes en was vaak buiten op de binnenplaats te vinden: ‘Een frisse neus halen. Het is hier altijd gezellig.’ Of hij geen rondleidingen wilde geven, vroegen Nathalie Faber en Claartje Kortbeek. ‘De eerste keer was het spannend, met een grote groep op pad. Maar het werd steeds gemakkelijker. De eerste vragen gaan vaak over de gevangenis, dan vragen mensen naar het azc, en dan naar mij. Ik vind het leuk om verhalen uit te wisselen, over politiek en de ‘vluchtelingencrisis’. Of gewoon: over koetjes en kalfjes.’