menu denk mee beslis mee maak mee

De Koningin van de Voedselbank

Parels voor de Zwijnen
30 oktober 2017 tot 23 december 2017
theater
jongeren, ouderen, volwassenen, wijkbewoners
€15.000

Dit project heeft subsidie ontvangen. Blijf het volgen! Denk mee Beslis mee Maak mee

Bekijk de weblog van dit project

Er is nog niets geschreven in de weblog.

Ga direct naar de reacties

De Koningin van de Voedselbank


afbeelding van Saskia Huybrechtse

Ingediend door:

Saskia Huybrechtse

Ik zoek meedenkers over deze vraag: 
Hoe kunnen we samen aan tafel met de oude en nieuwe Noordelingen, en met diverse organisaties en bedrijven in Noord samenwerken zodat het echt een community-project van Noord wordt, waarbij iedereen wil participeren en straks ook in de voorstelling?

Wat ga je doen?: 

De Koningin van de Voedselbank is een locatieproject van theatergroep Parels voor de Zwijnen dat in Amsterdam-Noord gemaakt en gespeeld wordt. De voorstelling speelt zich af op een voedselbank, die op een locatie in Noord wordt ingericht. Bijzonder is dat de spelers de voedselbank maar al te goed kennen. Omdat ze er wekelijks in de rij staan, of omdat ze dat gedurende een deel van hun leven hebben moeten doen. Ze spelen zichzelf, en hun teksten zijn gebaseerd op wat zij denken, vinden en hebben meegemaakt. De toeschouwers worden ingezet als voedselbank-medewerker. Bij binnenkomst krijgen ze een bodywarmer en handschoenen van de voedselbank aan. Ze helpen mee met het uitladen van de bus, met het sorteren van het ingebrachte voedsel, en daarna met het voorbereiden van een menu.

Deze vorm van (community) theater vereist een intensieve voorbereiding. De samenwerking met onervaren acteurs en locale organisaties vereist geduld, begrip en vertrouwen bij alle partijen. Niet-geschoolde acteurs zijn kwetsbaar, en dat geldt dubbel voor mensen in een situatie die schaamte oproept en angst voor veroordeling. Om dit proces de tijd te geven en de uiteindelijke voorstelling zorgvuldig tot stand te laten komen, wordt er eerst een pilot gemaakt. Deze pilot, getiteld Wat eten we met kerst? is te zien op 21, 22 en 23 december in de keuken en in de foyer van de Dansmakers in Amsterdam Noord. De uiteindelijke voorstelling gaat in première met Pasen 2018 in het nieuwe NDSM theater.

Wat eten we met kerst?

Op de voedselbank gaat het gesprek onder de medewerkers bijna altijd over eten. Over de aanbiedingen bij Dirk of de Lidl. Over de prijs van een pakje boter of een rol beschuit. Daarom is het thema van de pilot, hoe kan het ook anders: ‘eten’. Eten als kapstok voor herinneringen, verhalen over verlangen, over geborgenheid, maar ook over vrijheid: zelf kunnen kiezen wat je eet in plaats van alweer de spruiten uit het voedselpakket. Over schaamte, het gevoel er niet bij te horen, over je kinderen niet kunnen geven wat ze nodig hebben. Over met honger naar bed gaan en opstaan. Het feit dat het vlak voor Kerst wordt gespeeld, is ook een dankbare kapstok voor verhalen, want hoe bereid je een feestmaal als je niets hebt? Kerst is een eetfestijn bij uitstek: in alle reclame-uitingen wordt gezelligheid gekoppeld aan een copieuze maaltijd. En zij die niks te besteden hebben, worden omringd door mensen die geld voor een uitgebreid diner vanzelfsprekend vinden.

Er wordt tijdens de pilot gekookt met de ingebrachte ingrediënten van die dag. Met kerst zijn dit ook overgebleven kerstpakketten. Wat het feestmaal behelst, is dus elke avond een verrassing, ook voor de kok; Maureen de Jong van ’t Kleinkookbedrijf. Maureen is theatermaker en kok. Zij verenigt deze twee bezigheden in culinaire theaterprojecten. Haar missie daarbij is mensen de rijkdom aan smaken van luxe én eenvoudige ingrediënten te laten ervaren, en om de persoonlijke verhalen die daarbij horen te delen.

De toeschouwers ervaren zo ‘aan den lijve’ het reilen en zeilen van een voedselbank. Eerst het beoordelen en eventueel weggooien van de overgebleven etenswaren in de koelkasten en vriezers (wat over de datum is moet volgens de warenwetregels weg – zelfs hier wordt voedsel verspild). Dan de aankomst van de bus met nieuwe etenswaren die door supermarkten uit de buurt zijn gedoneerd. De bus moet worden uitgeladen, wat in een doorgeefketen gebeurt, en moeten worden uitpakt en gesorteerd. Samen met de kok wordt uit de lading van de dag een menu samengesteld, voorbereid en gekookt. Daarna worden de tafels gedekt en schuiven de spelers samen met de toeschouwers aan voor een gezamenlijke maaltijd aan lange tafels.

Intussen worden anekdotes en verhalen verteld die rechtstreeks uit de levens komen van de amateurs/spelers. Er worden scènes gespeeld die uit de situatie voortkomen: over de taakverdeling, over vaste cliënten die het vertikken een vinger uit te steken, over cliënten die niet weten wat ze aan moeten met onbekende groentes of over medewerkers die stiekem voedselpakketjes maken voor zichzelf of de buurvrouw. Er wordt geroddeld, gekibbeld en getroost, er worden grapjes gemaakt, er wordt naar muziek geluisterd en de emoties kunnen daarbij hoog oplopen. Tijdens het voorbereidende werk, en vooral tijdens de maaltijd worden er ook momenten ingebouwd waarin de toeschouwers hun eigen ervaringen met/herinneringen over eten kunnen delen, aan de hand van vragen als: ‘Wat aten jullie vroeger met Kerst?’ Of: ‘Welk eten lustte je niet als kind?’ Of krijgen ze opdracht om een tekst of een brief voor te lezen van een van de andere spelers/amateurs.

Het beoogde publiek is een optelsom van oude en nieuwe Noord-bewoners. Van mensen die de voedselbank van dichtbij kennen en mensen die er via deze voorstelling voor het eerst kennis mee maken. Door het werk dat de bezoekers samen met de spelers doen, het gezamenlijk eten en het naar elkaar kijken en luisteren – ook het publiek krijgt de mogelijkheid om iets te vertellen – ontstaat er een uitwisseling van verhalen en persoonlijke ervaringen. Het zal een hartverwarmende gebeurtenis opleveren die publiek en medewerkers dichter bij elkaar brengt en ook na de voorstelling zal doorwerken. Oude bewoners worden gezien en gehoord door nieuwe bewoners van de buurt, en krijgen een unieke inkijk in een wereld die soms herkenbaarder is dan men wellicht denkt. Dat ze toeschouwers zelf voor even voedselbank-vrijwilliger zijn, brengt het dicht bij de echte cliënten en medewerkers; het is een zachte manier om hun werkelijkheid te betreden, waardoor de persoonlijke verhalen die zij zullen horen extra confronterend zijn. Het verhalen delen, samen de handen uit de mouwen steken, samen eten, lachen en misschien wel huilen verbindt.

Wat eten we met kerst? wordt een volwaardige voorstelling, maar de makers geven zichzelf én de meespelende amateurs hiermee de ruimte om ervaring op te doen met elkaar en met deze vorm van theater maken. Die kan immers van te voren niet worden bedacht en geschreven; het is een voorstelling die ontstaat uit wat de deelnemers aan kennis, ervaring en verhalen meebrengen.

Aanleiding en persoonlijke motivatie van Saskia

Op de Dam wordt een appartement gebouwd van 25 miljoen. Aan de andere kant van het IJ, in Amsterdam Noord, moeten gezinnen rondkomen van 25 euro per week. De rijken worden rijker, de armen worden armer en het aantal mensen met schulden groeit. Geld maakt immers geld. Schuld maakt schuld op schuld. Voor Amsterdam Noord breken er gouden tijden aan. De Noord-Zuidlijn is bijna klaar. Overhoeks wordt uitgebreid en aan de Noordelijke IJ-oever worden appartementen gebouwd die tot de duurste van de stad gaan behoren. Straks wonen in Noord de rijkste en de armste mensen van de stad naast elkaar. Die passeren elkaar, zonder dat hun levens elkaar hoeven te kruisen. Zelfs in nieuwe cafés die er op inzetten om oude en nieuwe bewoners te verbinden, komt het armere volksdeel van Noord niet. Niemand was er op uit, integendeel, maar: als je wil zien waar gentrificatie overgaat in segregatie moet je hier zijn. Ome Ali en tante Alie komen hier niet,” schrijft Chris Keulemans in een recente column over nieuwe horeca op het Van der Pekplein.

In Noord leeft één op de vier mensen onder de armoedegrens. Dat betekent dat ze nooit op vakantie kunnen, hun gas en licht vaak niet kunnen betalen, geen geld hebben voor uitjes of een schoolreisje. Een probleemwijk Noord? Jazeker, maar ook een wijk met veel solidariteit en betrokken bewoners. De meeste mensen die ik heb ontmoet op de voedselbank waar ik het afgelopen jaar als vrijwilliger heb gewerkt, zijn charmante en charismatische mensen. Het zijn mensen die het hoofd maar net boven water houden en soms kopje onder gaan. Die niet begrijpen dat je €7,50 moet betalen bij de apotheek enkel alleen voor de uitleg van een nieuw medicijn. De pont naar de overkant nemen ze nauwelijks: Wat hebben we er te zoeken, het leven is daar toch veel te duur!”

De tweedeling wordt steeds groter en het aantal armen stijgt. In Zuid kun je de armoede ontwijken omdat je deze niet dagelijks tegenkomt. In Noord ontkom je er niet aan. Toch komen de nieuwe, welgestelde bewoners nauwelijks met hun armere, soms volkse buurtgenoten in contact. Met De Koningin van de Voedselbank, en om te beginnen met Wat eten we met Kerst? wil ik die twee werelden bij elkaar brengen.

Over de spelers

De cliënten van de voedselbank zijn bewoners uit de oude volksbuurten die daar al generaties lang wonen, maar ook relatieve nieuwkomers: moslimgezinnen, vluchtelingen. Er zijn veel alleenstaande moeders bij, keurige mensen, en wat morsige alleenstaande mannen. Maar ook ‘nieuwe armen’, zoals zzp’ers of kunstenaars, mensen met koophuizen en zelfs een arts die niet rond kunnen komen. De baby’s en kinderen die meekomen worden door iedereen geknuffeld en krijgen altijd wel iets lekkers. Pubers die meekomen om hun moeder te helpen sjouwen met de tassen schamen zich. Ze durven je niet aan te kijken en doen daarom vaak stoer of arrogant. De spelers in de voorstelling zijn een afspiegeling uit deze verschillende mensen. We streven naar zo'n 15 tot 20 mensen, een bonte mix van verschillende leeftijden en cultuur en oude en een paar nieuwe Noordelingen.

De amateurs die in Wat eten we kerst? zichzelf spelen, worden aangevuld met een viertal professionele acteurs, waaronder de kok. Zij helpen mee bij het tot stand komen van de voorstelling en spelen zelf een personage, bijvoorbeeld de coördinator van de voedselbank die ooit zelf door het failliet van zijn winkel in de schuldsanering kwam, en een nieuwe bewoonster van Overhoeks die met haar eetprobleem op een heel andere manier worstelt met voeding.

Medewerkers

Concept, tekst en regie – Saskia Huybrechtse

Spelers en figuranten voedselbank en Doras – 10/15 spelers

Acteurs – Rogier Schippers, Daphne Gakes (Met deze acteurs hebben we in eerder producties samengewerkt. Zij zijn gewend zijn om ook met niet acteurs en kwetsbare mensen te werken). Derde acteur (nog te bepalen)

Acteur en kok – Maureen de Jong van ‘t Kleinkookbedrijf

Regieassistent: Stagiaire (nog te bepalen)

Dramaturgie – Marijn van der Jagt

Project en zakelijk leider – Paul Vonk

Vrijwilligers van Modestraat, Florakokjes, de voedselbank en de Buurtkamer en Noordelingen.

Doelgroep en publieksbereik.

De Koningin van de Voedselbank en Wat eten we met Kerst? is bedoeld zowel voor mensen die bij de voedselbank zijn betrokken, als voor mensen voor wie dit een wereld is die ver weg lijkt. Het is een buurtproject dat door het samengaan van eigenzinnige authentieke karakters en professionele acteurs interessant theater zal opleveren dat ook theaterliefhebbers uit de rest van Amsterdam kan trekken. Het actuele, maatschappelijke thema van de voorstelling trekt mogelijk ook belangstellenden met een professionele interesse. We rekenen op aandacht van de locale pers, en wellicht ook van de nationale. We spelen 3 x een voorstelling, bij een overweldigde belangstelling 2 x een extra voorstelling.

Om lokaal publiek te bereiken zullen we gebruikmaken van de netwerken van de betrokken organisaties. Voor de pilot maken we een flyer die we onder de organisaties en in de buurt verspreiden, onder andere bij restaurants als Stork, Café Modern, Schnitsel Palace en winkels in Van der Pekbuurt en het Mosplein, de markt etc. Op websites als Noordnieuws, I Love Noord e.a zal de aankondiging gepost worden.

Net als bij onze vorige projecten zullen we een randprogrammering organiseren. Jonna Bruinsma van de HKU zal een foto-document maken met portretten van de mensen met wie we in gesprek zijn. Haar foto’s worden ten tijde van de speeldagen op de locatie geëxposeerd. Evenals de foto’s van Yves Galjé, een amateurfotograaf die al 25 jaar kapper in Noord is. Hij heeft een grote liefde voor de 'gewone' mens, en voor het volkse. Voor zijn foto boek’ Noord’ fotografeerde hij Noordelingen. http://www.yvesgalje.com/

Deze randprogrammering willen we nog verder uitbreiden. (Bij Dames van de Beethovenstraat was er behalve een foto-document http://www.blogbird.nl/parels/page/dames-en-meiden-van-zuid ook een tentoonstelling waarbij elke dag een verhaal werd verteld: het Kabinet van de Dames http://www.blogbird.nl/parels/page/het-kabinet-van-de-dames, en bij Swag een video-installatie https://www.maaikeholvast.com/news.)

Over Parels voor de Zwijnen en onze verbintenis met Noord

Parels voor de Zwijnen is een theatergroep die actief nieuw publiek opzoekt door projecten op te zetten op onverwachte locaties buiten de reguliere theaters. Daartoe worden allianties aangegaan met organisaties rondom de speelplek en de plaatselijke medewerkers.

De intensieve samenwerking, het leren omgaan met onderlinge mogelijkheden en beperkingen, het samen nadenken over een voorstelling en de voorbeeldfunctie die professionele acteurs daarin hebben, heeft in het verleden geleid tot mooie, inhoudelijk betekenisvolle maar ook artistiek volwaardige resultaten (o.a. Lieve Joke, Honolulu en Leve Ik!). De (kwetsbare) mensen die we bij onze voorstelling betrekken, leren nieuwe mensen kennen met andere leefwerelden en ontdekken vaardigheden of talenten waarvan ze niet wisten dat ze die in zich hadden.

Parels voor de Zwijnen voelt zich nauw verbonden met Noord en haar bewoners. In deze volkse omgeving voelen we ons helemaal thuis en vinden we ons materiaal. Op festival Over het IJ speelden we de volgende voorstellingen: Geloof in Noord, over de Italiaanse immigrant Mario en zijn geliefde Hennie uit Asterdorp. De Dansgigant voor alleenstaanden en echtparen, over stijldansen met o.a. stijldansers uit Noord van dansschool Ger van Zandwijk. Leve Ik!, over en met straatschoffies tijdens een boksgala (nominatie BNG Prijs). Deze voorstelling speelde in het Zonnehuis dat toen vooral werd gebruikt voor boksgala’s.

Het is het streven van Parels voor de Zwijnen om zich langduriger en steviger in Noord te vestigen. Onze droom is een sociaal artistiek huis in het hart van Noord. Vanuit dat huis willen we de vinger op de zere plek leggen van de gentrificatie in Amsterdam Noord. Met theater, lezingen, vertelmiddagen, tentoonstellingen, altijd in co-creatie met Noordelingen. In 2007 wilden we ons met Parels voor de Zwijnen al vestigen in het Zonnehuis. Toen was dat een brug te ver omdat we onvoldoende geworteld waren in deze buurt. Nu ik hier zelf woon wil ik die droom weer oppakken, maar dat kan alleen met partners en voldoende draagvlak.

Met wie werk je samen en wat is de rolverdeling tussen jullie?

Voedselbank Noord – cliënten en vrijwilligers voor de pilot/voorstelling. promotie Voedselbank pilot/voorstelling;

Stichting Doras – gesprekspartner voor cliënten (o.a. via Gewichtige Dames en het Doras zomerprogramma) die benaderd zijn voor de pilot. Maatschappelijk werker Els Annegarn kent de cliënten (ook die van de voedselbank) en adviseert ons bij de casting;

Anke van Rulen is participatie medewerker bij Doras. Zij is betrokken bij het opstarten van de maandelijkse etentjes die na de pilot zal worden opgezet;

Jongeren productiehuis de Valk: via deze organisatie betrekken we jongeren die meedoen aan het programma ‘volwassen worden’. Na de vakantie onderzoeken we hoe we ze actief bij de pilot kunnen betrekken. Als acteur of maker van filmpjes/vlogs voor op de FB pagina;

FloraKokjes – Een aantal van deze kinderen en jongeren benaderen we als speler/figurant/assistentie kok; Saskia gaat in september een paar keer aan de slag als vrijwilligster bij de wekelijkse kookclub. Ouders worden uitgenodigd voor pilot en voorstelling;

Woningbouwvereniging Eigen Haard – Via wijkbeheerder Lydia Wilhelm komen we in contact met bewoners Vogelbuurt en IJplein. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Buurthuis Koekoeksnest – Vrouwen van de kookclub zijn betrokken bij de pilot als gastdame /acteur/assistentie kok. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Noord zingt! – Satcha Maduro heeft een koor opgericht met o.a. cliënten van de voedselbank en Doras. Het idee is om het koor te laten optreden in de voorstelling. Saskia gaat na de vakantie op bezoek bij het koor om te onderzoeken of het koor daarin past;

Huis van Wijk De Meeuw en de Banne – Hier geven we gedurende het repetitieproces meerdere presentaties;

Modestraat – Modestraat en Parels voor de Zwijnen ruilen cliënten en vrijwilligers. Vrijwilligers van de Wisselboetiek zijn betroken voor het aankleden van de amateurs/spelers. Oudere cliënten van de voedselbank hebben meegedaan met het project Sweet 70 van de Modestraat;

Jonne Bruinsma van de HKU en Fotograaf /kapper Yves Galje: De foto-series van Jonna en van Yves zullen ten tijde van de speeldagen op de locatie worden geëxposeerd;

Jumbo en Dirk van de Broek – Beide winkels zitten om de hoek bij de Dansmakers op het Stork terrein. We zijn met ze in gesprek over het leveren van goederen (o.a. voedsel, en het uitlenen van hun bus, stellages en kratten voor de inrichting van de bus);

Voedseltuin IJplein; op de avonden dat we spelen brengen vrijwilligers groente die worden gebruikt voor het diner. Deze vrijwilligers spelen als figurant mee in de voorstelling.

Stadsdeel Noord: belangrijk gesprekspartner i.v.m. het organiseren van een nagesprek met inspirerende sprekers na afloop van de pilot (uitnodigen) en voor de verdere ontwikkeling van de Club;

Restaurant Stork – alle medewerkers van de pilot (cliënten en medewerkers) krijgen een gezamenlijk diner aangeboden bij Stork eind december.

Daarnaast ontmoeten we gesprek/sparringpartners ter inspiratie, advies en mogelijke samenwerking. Zoals Gwen van Zaane, (Modestraat) Linda Caroles (Dansen met Linda), Chris Keulemans, Johan van Aalst (Tolhuistuin) Louis Pirenne (cultureel aanjager Noord) Daan Vonk (Gele Pomp), en Noordelingen als schrijfster Christine Otten, en storyteller Nancy Wilting.

De samenwerking met de maatschappelijke organisaties is per definitie een inspirerende wisselwerking. De amateurs waarmee we werken hebben bijna allemaal direct of indirect met deze organisaties te maken. Een theaterproject geeft alle betrokkenen, zowel de cliënten en vrijwilligers bij de Voedselbank als andere organisaties/personen de kans om elkaar op een nieuwe manier te leren kennen, en om uit te vinden wat we elkaar te bieden hebben.

De tijd die we in het vooronderzoek steken is óók bedoeld om een band op te bouwen met de organisaties waar we mee samenwerken. Het is een investering die zich terugbetaalt in het vervolgtraject naar De Koningin van de Voedselbank en wellicht straks ook in de Club. Ook daarin zullen we samen met deze organisaties en personen blijven opereren, waardoor de samenwerking zich verder kan ontwikkelen.

Hoe ga je te werk?

Om de wereld van de voedselbank en de bewoners van Noord te leren kennen werk ik sinds januari als vrijwilliger op de voedselbank in Amsterdam Noord en zwem ik wekelijks mee met de Gewichtige dames van Stichting Doras. Doras heeft een speciaal zomerprogramma met wekelijkse activiteiten als fietsen, zwemmen, voetballen, picknick etc. In de Buurtkamer in de Vogelbuurt ontmoet ik vrouwen uit Algerije, Marokko, Somalië, Soedan, Egypte. Ze koken de lekkerste gerechten en ondertussen hoor ik de verhalen over hun huwelijk, hun kinderen, de buurt en hun land. Zo nu en dan bezoek ik de maandelijkse dansavond ‘Dansen met Linda’ in Huis van de Wijk de Meeuw en wandel ik samen met Lydia, de wijkbeheerder van Eigen haard door de Vogelbuurt die zij kent als haar eigen broekzak. Lydia zit vol met verhalen over de buurt en de bewoners. Ik kom bij sommige bewoners over de vloer en nodig ze uit om mee te denken over de voorstelling. Wat willen zij dat er verteld of gedeeld wordt, wat mag en moet de wereld weten? Hun verhalen en geschiedenissen vormen de belangrijkste bron voor de voorstelling. We willen ook jongeren betrekken bij het project. Want wat betekent het voor een kind om op te groeien in armoede? Op deze manier verzamel ik observerend en participerend verhalen en ideeën op die als basis dienen voor de pilot en komt de cast gaandeweg tot stand.

Van november t/m december improviseren en repeteren we met acteurs en bewoners van Noord die we voor deelname hebben geselecteerd. Onze ervaring is dat 8 weken repeteren voldoende is voor een project met amateurs. Zij hebben baat bij een overzichtelijke repetitietijd; als het langer duurt haken sommigen af. Bovendien is de manier van spelen en de theatervorm waar wij met de amateurs naar streven niet gebaat bij eindeloos repeteren.

We zullen regelmatig met elkaar koken en eten, samen een voorstelling bezoeken om elkaar zo beter te leren kennen. Juist op deze ontspannen avonden worden vaak de mooiste verhalen en anekdotes uitgewisseld. Deze pilot periode dient ook om uit te zoeken wie zich voor een lange periode wil en kan binden aan de uiteindelijke voorstelling De Koningin van de Voedselbank en wie talent en commitment heeft om daar straks in mee te spelen. Er zullen bij sommige mensen onvermoede talenten te voorschijn komen, terwijl anderen zich prettiger voelen in een wat minder zichtbare rol. We willen zoveel mogelijk mensen bij de voorstelling betrekken. Dat kan op allerlei manieren: als acteur, als figurant of ter ondersteuning van het productieteam.

Als kickoff starten we met een feestelijk diner in De Meeuw waarbij iedereen z’n lievelingsgerecht meeneemt en daarover iets persoonlijks vertelt. Dan volgt een intensieve workshop van 2 weken waarin we werken met verschillende spelopdrachten. Na de workshop starten we op basis van het verzameld materiaal en het voorstellingsconcept met de repetities. Gedurende deze periode zijn er regelmatig openbare repetities en presentaties voor een klein en vertrouwd publiek in o.a. in Huis van de Wijk De Meeuw en de Banne. Zo raken de spelers gaandeweg gewend aan het optreden voor een publiek. We hebben ervaren dat dit amateurs (en acteurs) stimuleert en motiveert. Een andere reden voor deze presentaties is dat we op deze manier publiek nieuwsgierig maken naar de voorstelling.

De professionele acteurs die meedoen zullen als coach optreden voor de amateurs, om met hen de gevraagde theatraliteit te bereiken en een professionele voorstelling neer te zetten. Het bewaken van de eigenheid en de authenticiteit van de amateurs staat daarbij voorop. Het belangrijkste in het repetitieproces is dat zij straks als sterke individuen op het podium staan en vrijuit durven te spelen.

Als projectleider hebben we Paul Vonk aangetrokken. Paul woont sinds 1978 in Noord en heeft er inmiddels een groot netwerk opgebouwd. Hij was onder andere ook verantwoordelijk voor de productie en marketing van de Volksopera’s.

Wat is verder van belang om te weten?

Om in de periode tussen de pilot en de uiteindelijke voorstelling de spelers blijvend te motiveren en de dialoog tussen de oude en nieuwe bewoners levend te houden, willen we na de pilot iedere maand een etentje organiseren die we nu voor het gemak de Wat eten we vandaag? etentjes noemen. Er wordt gekookt met ingrediënten van de voedselbank en de Voedseltuinen. Dat doen we telkens met een andere kok uit Noord (o.a. Stork, Peccorini, Goudfazant, Resto van Harte) i.s.m. de mensen die we leren kennen tijdens ons onderzoek. Iedere maand zijn de etentjes op een andere locatie, zoals de Gele Pomp, Modestraat, De Ceuvel, maar ook locaties als het Douwes Dekker Huis, het Bredero college, Huis van de Wijk Banne. Door de generatiearmoede is er een enorm aanbod van sociale initiatieven zoals voedselbanken, kringloop- en weggeefwinkels. Tegelijkertijd bruist het hier van nieuwe hippe jonge bedrijven. Deze twee werelden willen we bij elkaar brengen omdat we denken dat mensen hier echt blij van worden. Het samen eten is de gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Iedere maand is er en ander actueel thema over Noord en aansluitend bij dat thema nodigen we iedere keer nieuwe gasten uit, bv, een soldaat van het Leger des Heils, een barista van Koffiebranderij Noord, jongens van de Tweede Jeugd, de Klusfabriek, etc.

Dit levert nieuw materiaal voor de voorstelling op en een betrokken publiek. Ook bereiken we een publiek dat nauwelijks met cultuur in aanraking komt en zeer divers is van sociale en culturele achtergrond. Zo genereren we tevens publiciteit. En de amateurs blijven hun talenten ontwikkelen. We hebben eerder ervaring opgedaan met het maandelijks produceren van de Niet Meer Zo Piepshow in theater de Meervaart: een show met iedere maand een ander thema, nieuwe oudere amateurgasten, liedjes en muziek. Dit heeft ons veel opgeleverd: een landelijke tournee langs kleine en grote zalen, poppodia en optredens op festivals (o.a. Lowlands), een eigen Niet Meer Zo Piep Koor, veel publiciteit en een nieuw publiek.

Wat maakt het project bijzonder?

De spelers zijn grotendeels mensen die in het dagelijks leven 'ongezien' zijn, en die trots en zelfbewustzijn zullen ontlenen aan hun deelname aan de voorstelling. Publiek dat bij de voedselbank thuis is, ziet hoe zijn/haar eigen werkelijkheid belang, bestaansrecht en poëzie krijgt. Voor publiek dat niet eerder in aanraking kwam met de voedselbank en de mensen die daar komen en werken, krijgt de armoede in Noord een gezicht. Door het samen werken en eten ontstaat er nabijheid en persoonlijke uitwisseling.

De Koningin van de Voedselbank en Wat eten we met Kerst? ontstaan in de samenwerking tussen locale amateurs en professionals. De professionals (regisseur, dramaturg, vier acteurs waaronder de kok) zijn ervaren in het opzetten en maken van een voorstelling op basis van materiaal dat door meespelende amateurs wordt geleverd. Ze zijn gespecialiseerd in het 'vinden' van mensen en verhalen, en in het construeren van een grotere vertelling via betekenisvolle handelingen en locatiegebruik, tekstfragmenten en muziek. Ze creëren veiligheid voor onervaren spelers via presentatie momenten, heldere aanwijzingen en de rust van een duidelijke structuur, en ruimte om hun persoonlijkheid, spontaniteit en authenticiteit te tonen. Bijzonder van dit project is de gelaagdheid bij het inzetten van een grote hoeveelheid deelnemers. In de lange, intensieve research en voorbereiding zullen de makers en (amateur) spelers ontdekken wie het talent en de durf heeft om op de voorgrond te staan, en wie meer tot z'n recht komt als figurant. De uitkomst is een voorstelling die collectief gedragen wordt, door iedereen die meedoet. Het is een onmisbare schakel in het doorgroeien naar een voorstelling voor een breder publiek in 2018.

De voorstelling zal op een intuïtieve en associatieve manier tot stand komen op basis van improvisaties. De verhalen van de amateurs, hun achtergrond en hun geschiedenis wordt aangevuld met fictief materiaal. Waarheid en fictie worden zo gecombineerd dat het voor de spelers makkelijker wordt om vrijuit te spelen. Omdat de voorstelling geen klassieke vorm heeft en het publiek ook een rol speelt is er geen letterlijk uitgeschreven script, maar een draaiboek met daarin ruimte aan de spelers en het publiek om te improviseren. Als er iets spontaans gebeurt dan beleven we dat, op dat moment, met elkaar. Een verspreking, een traan, iets pijnlijks of juist iets heel komisch. Dat is het spannende van deze vorm. Iedere avond zal daarom anders zijn.

 

Hoe ga je te werk?: 

“Ik weet wat het is om 10 euro te hebben voor een hele week. Ik durfde mijn brood bijna niet door te slikken want dan was het weg. Twee euro lijken wel een ton waard. En dan de stap naar de Voedselbank. Met schaamte, maar ik ging. Ik kreeg brood”

Inleiding

De Koningin van de Voedselbank is een locatieproject van theatergroep Parels voor de Zwijnen dat in Amsterdam-Noord gemaakt en gespeeld wordt. De voorstelling speelt zich af op een voedselbank, die op een locatie in Noord wordt ingericht. Bijzonder is dat de spelers de voedselbank maar al te goed kennen. Omdat ze er wekelijks in de rij staan, of omdat ze dat gedurende een deel van hun leven hebben moeten doen. Ze spelen zichzelf, en hun teksten zijn gebaseerd op wat zij denken, vinden en hebben meegemaakt. De toeschouwers worden ingezet als voedselbank-medewerker. Bij binnenkomst krijgen ze een bodywarmer en handschoenen van de voedselbank aan. Ze helpen mee met het uitladen van de bus, met het sorteren van het ingebrachte voedsel, en daarna met het voorbereiden van een menu.

Deze vorm van (community) theater vereist een intensieve voorbereiding. De samenwerking met onervaren acteurs en locale organisaties vereist geduld, begrip en vertrouwen bij alle partijen. Niet-geschoolde acteurs zijn kwetsbaar, en dat geldt dubbel voor mensen in een situatie die schaamte oproept en angst voor veroordeling. Om dit proces de tijd te geven en de uiteindelijke voorstelling zorgvuldig tot stand te laten komen, wordt er eerst een pilot gemaakt. Deze pilot, getiteld Wat eten we met kerst? is te zien op 21, 22 en 23 december in de keuken en in de foyer van de Dansmakers in Amsterdam Noord. De uiteindelijke voorstelling gaat in première met Pasen 2018 in het nieuwe NDSM theater.

Wat eten we met kerst?

Op de voedselbank gaat het gesprek onder de medewerkers bijna altijd over eten. Over de aanbiedingen bij Dirk of de Lidl. Over de prijs van een pakje boter of een rol beschuit. Daarom is het thema van de pilot, hoe kan het ook anders: ‘eten’. Eten als kapstok voor herinneringen, verhalen over verlangen, over geborgenheid, maar ook over vrijheid: zelf kunnen kiezen wat je eet in plaats van alweer de spruiten uit het voedselpakket. Over schaamte, het gevoel er niet bij te horen, over je kinderen niet kunnen geven wat ze nodig hebben. Over met honger naar bed gaan en opstaan. Het feit dat het vlak voor Kerst wordt gespeeld, is ook een dankbare kapstok voor verhalen, want hoe bereid je een feestmaal als je niets hebt? Kerst is een eetfestijn bij uitstek: in alle reclame-uitingen wordt gezelligheid gekoppeld aan een copieuze maaltijd. En zij die niks te besteden hebben, worden omringd door mensen die geld voor een uitgebreid diner vanzelfsprekend vinden.

Er wordt tijdens de pilot gekookt met de ingebrachte ingrediënten van die dag. Met kerst zijn dit ook overgebleven kerstpakketten. Wat het feestmaal behelst, is dus elke avond een verrassing, ook voor de kok; Maureen de Jong van ’t Kleinkookbedrijf. Maureen is theatermaker en kok. Zij verenigt deze twee bezigheden in culinaire theaterprojecten. Haar missie daarbij is mensen de rijkdom aan smaken van luxe én eenvoudige ingrediënten te laten ervaren, en om de persoonlijke verhalen die daarbij horen te delen.

De toeschouwers ervaren zo ‘aan den lijve’ het reilen en zeilen van een voedselbank. Eerst het beoordelen en eventueel weggooien van de overgebleven etenswaren in de koelkasten en vriezers (wat over de datum is moet volgens de warenwetregels weg – zelfs hier wordt voedsel verspild). Dan de aankomst van de bus met nieuwe etenswaren die door supermarkten uit de buurt zijn gedoneerd. De bus moet worden uitgeladen, wat in een doorgeefketen gebeurt, en moeten worden uitpakt en gesorteerd. Samen met de kok wordt uit de lading van de dag een menu samengesteld, voorbereid en gekookt. Daarna worden de tafels gedekt en schuiven de spelers samen met de toeschouwers aan voor een gezamenlijke maaltijd aan lange tafels.

Intussen worden anekdotes en verhalen verteld die rechtstreeks uit de levens komen van de amateurs/spelers. Er worden scènes gespeeld die uit de situatie voortkomen: over de taakverdeling, over vaste cliënten die het vertikken een vinger uit te steken, over cliënten die niet weten wat ze aan moeten met onbekende groentes of over medewerkers die stiekem voedselpakketjes maken voor zichzelf of de buurvrouw. Er wordt geroddeld, gekibbeld en getroost, er worden grapjes gemaakt, er wordt naar muziek geluisterd en de emoties kunnen daarbij hoog oplopen. Tijdens het voorbereidende werk, en vooral tijdens de maaltijd worden er ook momenten ingebouwd waarin de toeschouwers hun eigen ervaringen met/herinneringen over eten kunnen delen, aan de hand van vragen als: ‘Wat aten jullie vroeger met Kerst?’ Of: ‘Welk eten lustte je niet als kind?’ Of krijgen ze opdracht om een tekst of een brief voor te lezen van een van de andere spelers/amateurs.

Het beoogde publiek is een optelsom van oude en nieuwe Noord-bewoners. Van mensen die de voedselbank van dichtbij kennen en mensen die er via deze voorstelling voor het eerst kennis mee maken. Door het werk dat de bezoekers samen met de spelers doen, het gezamenlijk eten en het naar elkaar kijken en luisteren – ook het publiek krijgt de mogelijkheid om iets te vertellen – ontstaat er een uitwisseling van verhalen en persoonlijke ervaringen. Het zal een hartverwarmende gebeurtenis opleveren die publiek en medewerkers dichter bij elkaar brengt en ook na de voorstelling zal doorwerken. Oude bewoners worden gezien en gehoord door nieuwe bewoners van de buurt, en krijgen een unieke inkijk in een wereld die soms herkenbaarder is dan men wellicht denkt. Dat ze toeschouwers zelf voor even voedselbank-vrijwilliger zijn, brengt het dicht bij de echte cliënten en medewerkers; het is een zachte manier om hun werkelijkheid te betreden, waardoor de persoonlijke verhalen die zij zullen horen extra confronterend zijn. Het verhalen delen, samen de handen uit de mouwen steken, samen eten, lachen en misschien wel huilen verbindt.

Wat eten we met kerst? wordt een volwaardige voorstelling, maar de makers geven zichzelf én de meespelende amateurs hiermee de ruimte om ervaring op te doen met elkaar en met deze vorm van theater maken. Die kan immers van te voren niet worden bedacht en geschreven; het is een voorstelling die ontstaat uit wat de deelnemers aan kennis, ervaring en verhalen meebrengen.

Aanleiding en persoonlijke motivatie van Saskia

Op de Dam wordt een appartement gebouwd van 25 miljoen. Aan de andere kant van het IJ, in Amsterdam Noord, moeten gezinnen rondkomen van 25 euro per week. De rijken worden rijker, de armen worden armer en het aantal mensen met schulden groeit. Geld maakt immers geld. Schuld maakt schuld op schuld. Voor Amsterdam Noord breken er gouden tijden aan. De Noord-Zuidlijn is bijna klaar. Overhoeks wordt uitgebreid en aan de Noordelijke IJ-oever worden appartementen gebouwd die tot de duurste van de stad gaan behoren. Straks wonen in Noord de rijkste en de armste mensen van de stad naast elkaar. Die passeren elkaar, zonder dat hun levens elkaar hoeven te kruisen. Zelfs in nieuwe cafés die er op inzetten om oude en nieuwe bewoners te verbinden, komt het armere volksdeel van Noord niet. Niemand was er op uit, integendeel, maar: als je wil zien waar gentrificatie overgaat in segregatie moet je hier zijn. Ome Ali en tante Alie komen hier niet,” schrijft Chris Keulemans in een recente column over nieuwe horeca op het Van der Pekplein.

In Noord leeft één op de vier mensen onder de armoedegrens. Dat betekent dat ze nooit op vakantie kunnen, hun gas en licht vaak niet kunnen betalen, geen geld hebben voor uitjes of een schoolreisje. Een probleemwijk Noord? Jazeker, maar ook een wijk met veel solidariteit en betrokken bewoners. De meeste mensen die ik heb ontmoet op de voedselbank waar ik het afgelopen jaar als vrijwilliger heb gewerkt, zijn charmante en charismatische mensen. Het zijn mensen die het hoofd maar net boven water houden en soms kopje onder gaan. Die niet begrijpen dat je €7,50 moet betalen bij de apotheek enkel alleen voor de uitleg van een nieuw medicijn. De pont naar de overkant nemen ze nauwelijks: Wat hebben we er te zoeken, het leven is daar toch veel te duur!”

De tweedeling wordt steeds groter en het aantal armen stijgt. In Zuid kun je de armoede ontwijken omdat je deze niet dagelijks tegenkomt. In Noord ontkom je er niet aan. Toch komen de nieuwe, welgestelde bewoners nauwelijks met hun armere, soms volkse buurtgenoten in contact. Met De Koningin van de Voedselbank, en om te beginnen met Wat eten we met Kerst? wil ik die twee werelden bij elkaar brengen.

Over de spelers

De cliënten van de voedselbank zijn bewoners uit de oude volksbuurten die daar al generaties lang wonen, maar ook relatieve nieuwkomers: moslimgezinnen, vluchtelingen. Er zijn veel alleenstaande moeders bij, keurige mensen, en wat morsige alleenstaande mannen. Maar ook ‘nieuwe armen’, zoals zzp’ers of kunstenaars, mensen met koophuizen en zelfs een arts die niet rond kunnen komen. De baby’s en kinderen die meekomen worden door iedereen geknuffeld en krijgen altijd wel iets lekkers. Pubers die meekomen om hun moeder te helpen sjouwen met de tassen schamen zich. Ze durven je niet aan te kijken en doen daarom vaak stoer of arrogant. De spelers in de voorstelling zijn een afspiegeling uit deze verschillende mensen. We streven naar zo'n 15 tot 20 mensen, een bonte mix van verschillende leeftijden en cultuur en oude en een paar nieuwe Noordelingen.

De amateurs die in Wat eten we kerst? zichzelf spelen, worden aangevuld met een viertal professionele acteurs, waaronder de kok. Zij helpen mee bij het tot stand komen van de voorstelling en spelen zelf een personage, bijvoorbeeld de coördinator van de voedselbank die ooit zelf door het failliet van zijn winkel in de schuldsanering kwam, en een nieuwe bewoonster van Overhoeks die met haar eetprobleem op een heel andere manier worstelt met voeding.

Medewerkers

Concept, tekst en regie – Saskia Huybrechtse

Spelers en figuranten voedselbank en Doras – 10/15 spelers

Acteurs – Rogier Schippers, Daphne Gakes (Met deze acteurs hebben we in eerder producties samengewerkt. Zij zijn gewend zijn om ook met niet acteurs en kwetsbare mensen te werken). Derde acteur (nog te bepalen)

Acteur en kok – Maureen de Jong van ‘t Kleinkookbedrijf

Regieassistent: Stagiaire (nog te bepalen)

Dramaturgie – Marijn van der Jagt

Project en zakelijk leider – Paul Vonk

Vrijwilligers van Modestraat, Florakokjes, de voedselbank en de Buurtkamer en Noordelingen.

Doelgroep en publieksbereik.

De Koningin van de Voedselbank en Wat eten we met Kerst? is bedoeld zowel voor mensen die bij de voedselbank zijn betrokken, als voor mensen voor wie dit een wereld is die ver weg lijkt. Het is een buurtproject dat door het samengaan van eigenzinnige authentieke karakters en professionele acteurs interessant theater zal opleveren dat ook theaterliefhebbers uit de rest van Amsterdam kan trekken. Het actuele, maatschappelijke thema van de voorstelling trekt mogelijk ook belangstellenden met een professionele interesse. We rekenen op aandacht van de locale pers, en wellicht ook van de nationale. We spelen 3 x een voorstelling, bij een overweldigde belangstelling 2 x een extra voorstelling.

Om lokaal publiek te bereiken zullen we gebruikmaken van de netwerken van de betrokken organisaties. Voor de pilot maken we een flyer die we onder de organisaties en in de buurt verspreiden, onder andere bij restaurants als Stork, Café Modern, Schnitsel Palace en winkels in Van der Pekbuurt en het Mosplein, de markt etc. Op websites als Noordnieuws, I Love Noord e.a zal de aankondiging gepost worden.

Net als bij onze vorige projecten zullen we een randprogrammering organiseren. Jonna Bruinsma van de HKU zal een foto-document maken met portretten van de mensen met wie we in gesprek zijn. Haar foto’s worden ten tijde van de speeldagen op de locatie geëxposeerd. Evenals de foto’s van Yves Galjé, een amateurfotograaf die al 25 jaar kapper in Noord is. Hij heeft een grote liefde voor de 'gewone' mens, en voor het volkse. Voor zijn foto boek’ Noord’ fotografeerde hij Noordelingen. http://www.yvesgalje.com/

Deze randprogrammering willen we nog verder uitbreiden. Bij Dames van de Beethovenstraat was er behalve een foto-tentoonstelling van Elsbeth Struijk van Bergen ook Het kabinet van de Dames van Martine Florian waarbij elke dag een verhaal werd verteld en bij Swag een video-installatie G-old van Maaike Holvast.

Hoe ga je te werk?

Om de wereld van de voedselbank en de bewoners van Noord te leren kennen werk ik sinds januari als vrijwilliger op de voedselbank in Amsterdam Noord en zwem ik wekelijks mee met de Gewichtige dames van Stichting Doras. Doras heeft een speciaal zomerprogramma met wekelijkse activiteiten als fietsen, zwemmen, voetballen, picknick etc. In de Buurtkamer in de Vogelbuurt ontmoet ik vrouwen uit Algerije, Marokko, Somalië, Soedan, Egypte. Ze koken de lekkerste gerechten en ondertussen hoor ik de verhalen over hun huwelijk, hun kinderen, de buurt en hun land. Zo nu en dan bezoek ik de maandelijkse dansavond ‘Dansen met Linda’ in Huis van de Wijk de Meeuw en wandel ik samen met Lydia, de wijkbeheerder van Eigen haard door de Vogelbuurt die zij kent als haar eigen broekzak. Lydia zit vol met verhalen over de buurt en de bewoners. Ik kom bij sommige bewoners over de vloer en nodig ze uit om mee te denken over de voorstelling. Wat willen zij dat er verteld of gedeeld wordt, wat mag en moet de wereld weten? Hun verhalen en geschiedenissen vormen de belangrijkste bron voor de voorstelling. We willen ook jongeren betrekken bij het project. Want wat betekent het voor een kind om op te groeien in armoede? Op deze manier verzamel ik observerend en participerend verhalen en ideeën op die als basis dienen voor de pilot en komt de cast gaandeweg tot stand.

Van november t/m december improviseren en repeteren we met acteurs en bewoners van Noord die we voor deelname hebben geselecteerd. Onze ervaring is dat 8 weken repeteren voldoende is voor een project met amateurs. Zij hebben baat bij een overzichtelijke repetitietijd; als het langer duurt haken sommigen af. Bovendien is de manier van spelen en de theatervorm waar wij met de amateurs naar streven niet gebaat bij eindeloos repeteren.

We zullen regelmatig met elkaar koken en eten, samen een voorstelling bezoeken om elkaar zo beter te leren kennen. Juist op deze ontspannen avonden worden vaak de mooiste verhalen en anekdotes uitgewisseld. Deze pilot periode dient ook om uit te zoeken wie zich voor een lange periode wil en kan binden aan de uiteindelijke voorstelling De Koningin van de Voedselbank en wie talent en commitment heeft om daar straks in mee te spelen. Er zullen bij sommige mensen onvermoede talenten te voorschijn komen, terwijl anderen zich prettiger voelen in een wat minder zichtbare rol. We willen zoveel mogelijk mensen bij de voorstelling betrekken. Dat kan op allerlei manieren: als acteur, als figurant of ter ondersteuning van het productieteam.

Als kickoff starten we met een feestelijk diner in De Meeuw waarbij iedereen z’n lievelingsgerecht meeneemt en daarover iets persoonlijks vertelt. Dan volgt een intensieve workshop van 2 weken waarin we werken met verschillende spelopdrachten. Na de workshop starten we op basis van het verzameld materiaal en het voorstellingsconcept met de repetities. Gedurende deze periode zijn er regelmatig openbare repetities en presentaties voor een klein en vertrouwd publiek in o.a. in Huis van de Wijk De Meeuw en de Banne. Zo raken de spelers gaandeweg gewend aan het optreden voor een publiek. We hebben ervaren dat dit amateurs (en acteurs) stimuleert en motiveert. Een andere reden voor deze presentaties is dat we op deze manier publiek nieuwsgierig maken naar de voorstelling.

De professionele acteurs die meedoen zullen als coach optreden voor de amateurs, om met hen de gevraagde theatraliteit te bereiken en een professionele voorstelling neer te zetten. Het bewaken van de eigenheid en de authenticiteit van de amateurs staat daarbij voorop. Het belangrijkste in het repetitieproces is dat zij straks als sterke individuen op het podium staan en vrijuit durven te spelen.

Als projectleider hebben we Paul Vonk aangetrokken. Paul woont sinds 1978 in Noord en heeft er inmiddels een groot netwerk opgebouwd. Hij was onder andere ook verantwoordelijk voor de productie en marketing van de Volksopera’s.

Met wie werk je samen?: 

Voedselbank Noord – cliënten en vrijwilligers voor de pilot/voorstelling. promotie Voedselbank pilot/voorstelling;

Stichting Doras – gesprekspartner voor cliënten (o.a. via Gewichtige Dames en het Doras zomerprogramma) die benaderd zijn voor de pilot. Maatschappelijk werker Els Annegarn kent de cliënten (ook die van de voedselbank) en adviseert ons bij de casting;

Anke van Rulen is participatie medewerker bij Doras. Zij is betrokken bij het opstarten van de maandelijkse etentjes die na de pilot zal worden opgezet;

Jongeren productiehuis de Valk: via deze organisatie betrekken we jongeren die meedoen aan het programma ‘volwassen worden’. Na de vakantie onderzoeken we hoe we ze actief bij de pilot kunnen betrekken. Als acteur of maker van filmpjes/vlogs voor op de FB pagina;

FloraKokjes – Een aantal van deze kinderen en jongeren benaderen we als speler/figurant/assistentie kok; Saskia gaat in september een paar keer aan de slag als vrijwilligster bij de wekelijkse kookclub. Ouders worden uitgenodigd voor pilot en voorstelling;

Woningbouwvereniging Eigen Haard – Via wijkbeheerder Lydia Wilhelm komen we in contact met bewoners Vogelbuurt en IJplein. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Buurthuis Koekoeksnest – Vrouwen van de kookclub zijn betrokken bij de pilot als gastdame /acteur/assistentie kok. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Noord zingt! – Satcha Maduro heeft een koor opgericht met o.a. cliënten van de voedselbank en Doras. Het idee is om het koor te laten optreden in de voorstelling. Saskia gaat na de vakantie op bezoek bij het koor om te onderzoeken of het koor daarin past;

Huis van Wijk De Meeuw en de Banne – Hier geven we gedurende het repetitieproces meerdere presentaties;

Modestraat – Modestraat en Parels voor de Zwijnen ruilen cliënten en vrijwilligers. Vrijwilligers van de Wisselboetiek zijn betroken voor het aankleden van de amateurs/spelers. Oudere cliënten van de voedselbank hebben meegedaan met het project Sweet 70 van de Modestraat;

Jonne Bruinsma van de HKU en Fotograaf /kapper Yves Galje: De foto-series van Jonna en van Yves zullen ten tijde van de speeldagen op de locatie worden geëxposeerd;

Jumbo en Dirk van de Broek – Beide winkels zitten om de hoek bij de Dansmakers op het Stork terrein. We zijn met ze in gesprek over het leveren van goederen (o.a. voedsel, en het uitlenen van hun bus, stellages en kratten voor de inrichting van de bus);

Voedseltuin IJplein; op de avonden dat we spelen brengen vrijwilligers groente die worden gebruikt voor het diner. Deze vrijwilligers spelen als figurant mee in de voorstelling.

Stadsdeel Noord: belangrijk gesprekspartner i.v.m. het organiseren van een nagesprek met inspirerende sprekers na afloop van de pilot (uitnodigen) en voor de verdere ontwikkeling van de Club;

Restaurant Stork – alle medewerkers van de pilot (cliënten en medewerkers) krijgen een gezamenlijk diner aangeboden bij Stork eind december.

Daarnaast ontmoeten we gesprek/sparringpartners ter inspiratie, advies en mogelijke samenwerking. Zoals Gwen van Zaane, (Modestraat) Linda Caroles (Dansen met Linda), Chris Keulemans, Johan van Aalst (Tolhuistuin) Louis Pirenne (cultureel aanjager Noord) Daan Vonk (Gele Pomp), en Noordelingen als schrijfster Christine Otten, en storyteller Nancy Wilting.

De samenwerking met de maatschappelijke organisaties is per definitie een inspirerende wisselwerking. De amateurs waarmee we werken hebben bijna allemaal direct of indirect met deze organisaties te maken. Een theaterproject geeft alle betrokkenen, zowel de cliënten en vrijwilligers bij de Voedselbank als andere organisaties/personen de kans om elkaar op een nieuwe manier te leren kennen, en om uit te vinden wat we elkaar te bieden hebben.

De tijd die we in het vooronderzoek steken is óók bedoeld om een band op te bouwen met de organisaties waar we mee samenwerken. Het is een investering die zich terugbetaalt in het vervolgtraject naar De Koningin van de Voedselbank en wellicht straks ook in de Club. Ook daarin zullen we samen met deze organisaties en personen blijven opereren, waardoor de samenwerking zich verder kan ontwikkelen.

 

Wat is verder van belang om te weten?: 

Over Parels voor de Zwijnen en onze verbintenis met Noord

Parels voor de Zwijnen is een theatergroep die actief nieuw publiek opzoekt door projecten op te zetten op onverwachte locaties buiten de reguliere theaters. Daartoe worden allianties aangegaan met organisaties rondom de speelplek en de plaatselijke medewerkers. De intensieve samenwerking, het leren omgaan met onderlinge mogelijkheden en beperkingen, het samen nadenken over een voorstelling en de voorbeeldfunctie die professionele acteurs daarin hebben, heeft in het verleden geleid tot mooie, inhoudelijk betekenisvolle maar ook artistiek volwaardige resultaten (o.a. Lieve Joke, Honolulu en Leve Ik!). De (kwetsbare) mensen die we bij onze voorstelling betrekken, leren nieuwe mensen kennen met andere leefwerelden en ontdekken vaardigheden of talenten waarvan ze niet wisten dat ze die in zich hadden.

Parels voelt zich nauw verbonden met Noord en haar bewoners. In deze volkse omgeving voelen we ons helemaal thuis en vinden we ons materiaal. Op festival Over het IJ speelden we de volgende voorstellingen: Geloof in Noord, over de Italiaanse immigrant Mario en zijn geliefde Hennie uit Asterdorp. De Dansgigant voor alleenstaanden en echtparen, over stijldansen met o.a. stijldansers uit Noord van dansschool Ger van Zandwijk. Leve Ik!, over en met straatschoffies tijdens een boksgala (nominatie BNG Prijs). Deze voorstelling speelde in het Zonnehuis dat toen vooral werd gebruikt voor boksgala’s.

Het is het streven van Parels  om zich langduriger en steviger in Noord te vestigen. Onze droom is een sociaal artistiek huis in het hart van Noord. Vanuit dat huis willen we de vinger op de zere plek leggen van de gentrificatie in Amsterdam Noord. Met theater, lezingen, vertelmiddagen, tentoonstellingen, altijd in co-creatie met Noordelingen. In 2007 wilden we ons met Parels voor de Zwijnen al vestigen in het Zonnehuis. Toen was dat een brug te ver omdat we onvoldoende geworteld waren in deze buurt. Nu ik hier zelf woon wil ik die droom weer oppakken, maar dat kan alleen met partners en voldoende draagvlak.

Wat gebeurt er na Wat eten we met kerst?

Om de spelers blijvend te motiveren tussen de pilot en de voorstelling en de dialoog tussen de bewoners levend te houden, willen we na Wat eten we met kerst? iedere maand een etentje organiseren. Er wordt gekookt met ingrediënten van de voedselbank en de Voedseltuinen. Dat doen we telkens met een andere kok uit Noord (o.a. Stork, Peccorini, Goudfazant, Resto van Harte) i.s.m. de mensen die we leren kennen tijdens ons onderzoek. Iedere maand zijn de etentjes op een andere locatie, zoals de Gele Pomp, Modestraat, De Ceuvel, maar ook locaties als het Douwes Dekker Huis, het Bredero college, Huis van de Wijk Banne. Door de generatiearmoede is er een enorm aanbod van sociale initiatieven zoals voedselbanken, kringloop- en weggeefwinkels. Tegelijkertijd bruist het hier van nieuwe hippe jonge bedrijven. Deze twee werelden willen we bij elkaar brengen omdat we denken dat mensen hier echt blij van worden. Het samen eten is de gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Iedere maand is er en ander actueel thema over Noord en aansluitend bij dat thema nodigen we iedere keer nieuwe gasten uit, bv, een soldaat van het Leger des Heils, een barista van Koffiebranderij Noord, jongens van de Tweede Jeugd, de Klusfabriek, etc.

Dit levert nieuw materiaal voor de voorstelling op en een betrokken publiek. Ook bereiken we een publiek dat nauwelijks met cultuur in aanraking komt en zeer divers is van sociale en culturele achtergrond. Zo genereren we tevens publiciteit. En de amateurs blijven hun talenten ontwikkelen. We hebben eerder ervaring opgedaan met het maandelijks produceren van de Niet Meer Zo Piepshow in theater de Meervaart: een show met iedere maand een ander thema, nieuwe oudere amateurgasten, liedjes en muziek. Dit heeft ons veel opgeleverd: een landelijke tournee langs kleine en grote zalen, poppodia en optredens op festivals (o.a. Lowlands), een eigen Niet Meer Zo Piep Koor, veel publiciteit en een nieuw publiek. Uiteindelijk is het ons doel om dat ook met dit project te bereiken.

Bereik: 
aantal   activiteit               aantal deelnemers   aantal bezoekers 
1 voorstelling 15-20 spelers 60
1 voorstelling 15-20 spelers 60
1 voorstelling 15-20 spelers 60
       
2 x succes opties idem idem
       

 

Wat maakt het project bijzonder?: 

De spelers zijn grotendeels mensen die in het dagelijks leven 'ongezien' zijn, en die trots en zelfbewustzijn zullen ontlenen aan hun deelname aan de voorstelling. Publiek dat bij de voedselbank thuis is, ziet hoe zijn/haar eigen werkelijkheid belang, bestaansrecht en poëzie krijgt. Voor publiek dat niet eerder in aanraking kwam met de voedselbank en de mensen die daar komen en werken, krijgt de armoede in Noord een gezicht. Door het samen werken en eten ontstaat er nabijheid en persoonlijke uitwisseling.

De Koningin van de Voedselbank en Wat eten we met Kerst? ontstaan in de samenwerking tussen locale amateurs en professionals. De professionals (regisseur, dramaturg, vier acteurs waaronder de kok) zijn ervaren in het opzetten en maken van een voorstelling op basis van materiaal dat door meespelende amateurs wordt geleverd. Ze zijn gespecialiseerd in het 'vinden' van mensen en verhalen, en in het construeren van een grotere vertelling via betekenisvolle handelingen en locatiegebruik, tekstfragmenten en muziek. Ze creëren veiligheid voor onervaren spelers via presentatie momenten, heldere aanwijzingen en de rust van een duidelijke structuur, en ruimte om hun persoonlijkheid, spontaniteit en authenticiteit te tonen. Bijzonder van dit project is de gelaagdheid bij het inzetten van een grote hoeveelheid deelnemers. In de lange, intensieve research en voorbereiding zullen de makers en (amateur) spelers ontdekken wie het talent en de durf heeft om op de voorgrond te staan, en wie meer tot z'n recht komt als figurant. De uitkomst is een voorstelling die collectief gedragen wordt, door iedereen die meedoet. Het is een onmisbare schakel in het doorgroeien naar een voorstelling voor een breder publiek in 2018.

De voorstelling zal op een intuïtieve en associatieve manier tot stand komen op basis van improvisaties. De verhalen van de amateurs, hun achtergrond en hun geschiedenis wordt aangevuld met fictief materiaal. Waarheid en fictie worden zo gecombineerd dat het voor de spelers makkelijker wordt om vrijuit te spelen. Omdat de voorstelling geen klassieke vorm heeft en het publiek ook een rol speelt is er geen letterlijk uitgeschreven script, maar een draaiboek met daarin ruimte aan de spelers en het publiek om te improviseren. Als er iets spontaans gebeurt dan beleven we dat, op dat moment, met elkaar. Een verspreking, een traan, iets pijnlijks of juist iets heel komisch. Dat is het spannende van deze vorm. Iedere avond zal daarom anders zijn.

 

Begroting: 

Voor dit project hebben we susidie ontvangen van Amsterdams Steunfonds: 7,500 en van Shell Samenleving 1500,-

Bij het FCP vragen we een subsidie aan van 15.000 voor de ontwikkeling en begeleiding van de amateurs.

Locatie(s): 
De Dansmakers, Gedempt Hamerkanaal 203 Amsterdam
http://www.dansmakers.nl/

Uitslag Beslis mee

FCP37
max 50 / 2 van 2 gestemd
publiek50
max 50 / 109 gestemd
totaal87
75 is gehaald!
De stemperiode is voorbij.

Dit zijn de de opmerkingen en adviezen uit Denk Mee, aangevuld met de stem-motivatie van de adviseurs van FCP.
afbeelding van Rob Berends

Het Fonds beoordeelt een project op de criteria artistieke of inhoudelijke waarde, samenwerking en impact.
In een goed doordacht en op ervaring gebaseerd plan maken jullie duidelijk met welk locatietheaterproject jullie de voedselbank in Amsterdam-Noord tot (extra) leven brengen voor verschillende doelgroepen. Amateurspelers vervullen daarin overtuigend een hoofdrol als acteur, maar ook in de verhalen. De begeleiding van enkele professionals is daar mooi dienstbaar aan. Bijzonder is de zorgvuldige opzet met een kerstpilot op weg naar de Koningin van de Voedselbank (met Pasen). Interessant is dat de toeschouwers een eigen rol krijgen. De gekozen brede groep samenwerkingspartners maken het project kansrijk op succes zowel qua deelnemers, toeschouwers, locatie en artistieke invulling. De impact van het project op de amateurdeelnemers beschrijven jullie vooral als werkproces. Op de uitkomsten op artistiek vlak gaan jullie helaas niet dieper in, wat wel interessant zou zijn, juist door jullie eerdere ervaringen met dit soort projecten. In een sterker cultuurklimaat in de wijk willen jullie liefst een structurele rol gaan spelen.
afbeelding van Sarah Haaij

Het Fonds beoordeelt een project op de criteria artistieke of inhoudelijke waarde, samenwerking en impact.

Met De Koningin van de Voedselbank wagen jullie je aan een artistieke zoektocht naar de sociale cohesie van een volkswijk. Welke effecten heeft de influx van nieuwe bewoners op de buurt, het klimaat de verbondenheid? Ik kijk ernaar uit om dat straks in jullie locatieproject terug te zien. Een voorstelling waarin bekenden van de voedselbank, acteurs, bewoners, de dames van de zwemclub, de kookclub, het plaatselijke koor, jong, nieuw oud en oorspronkelijk allemaal samenkomen. 
Het maakproces is zorgvuldig opgebouwd en toegespitst op amateurs die voor het eerst kennismaken met theater. Door eerst naar een pilot toe te werken zit er een doordachte tussenstap in voor de deelnemers die niet alleen voor het eerst spelen maar ook zichzelf blootgeven door hun verhaal met het publiek/de buurt te delen. Daarbij worden voedsel en koken gebruikt om het nodige vertrouwen te creëren; want eten doen we allemaal. 
De persoonlijke betrokkenheid bij het voortraject vind ik bovendien erg inspirerend. Net als al die uiteenlopende partijen die door Parels voor de Zwijnen worden aangehaakt. Die veelheid aan samenwerkingspartners kan tegelijkertijd ook een valkuil zijn. Hopelijk lukt het om focus te bewaren in het maakproces en voldoende ruimte vrij te houden om iedereen volop te laten participeren (en niet enkel organiseren). Dat laatste vertrouw ik de organisatie en professionals waarmee jullie samenwerken zeker toe. Succes met de verdere verankering in Amsterdam Noord!  

afbeelding van Saskia Huybrechtse

Dank je voor je bijdrage Davida. Inmiddels zijn er al veel organisaties waar we mee samenwerken en die ons geinspireerd hebben in het vinden en zoeken van verhalen en mensen. In het project zullen zeker mensen meedoen die niet meespelen maar op een andere manier betrokken zijn bij het project. Met een aantal mensen (spelers) hebben er al verschillende sessies/ gesprekken/etenjes/uitjes plaats gevonden. Ik ben het niet met je eens dat de tijd te kort is. We hebben bijna 8 weken om met elkaar te werken. Dat is zeker voor de vorm van dit project voldoende. Het is onze ervaring met het werken met kwetsbare groepen dat je niet eindeloos moet repeteren. Dan haken ze vaak af. Dat hebben we in eerdere producties ervaren.

Zie onder lijst met partners met wie we samenwerken:

Voedselbank Noord – cliënten en vrijwilligers voor de pilot/voorstelling. promotie Voedselbank pilot/voorstelling;Stichting Doras – gesprekspartner voor cliënten (o.a. via Gewichtige Dames en het Doras zomerprogramma) die benaderd zijn voor de pilot. Maatschappelijk werker Els Annegarn kent de cliënten (ook die van de voedselbank) en adviseert ons bij de casting;Anke van Rulen is participatie medewerker bij Doras. Zij is betrokken bij het opstarten van de maandelijkse etentjes die na de pilot zal worden opgezet;

Jongeren productiehuis de Valk: via deze organisatie betrekken we jongeren die meedoen aan het programma ‘volwassen worden’. Na de vakantie onderzoeken we hoe we ze actief bij de pilot kunnen betrekken. Als acteur of maker van filmpjes/vlogs voor op de FB pagina;

FloraKokjes – Een aantal van deze kinderen en jongeren benaderen we als speler/figurant/assistentie kok; Saskia gaat in september een paar keer aan de slag als vrijwilligster bij de wekelijkse kookclub. Ouders worden uitgenodigd voor pilot en voorstelling;

Woningbouwvereniging Eigen Haard – Via wijkbeheerder Lydia Wilhelm komen we in contact met bewoners Vogelbuurt en IJplein. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Buurthuis Koekoeksnest – Vrouwen van de kookclub zijn betrokken bij de pilot als gastdame / acteur/assistentie kok. Promotie pilot en voortstelling via hun ledenbestand;

Noord zingt! – Satcha Maduro heeft een koor opgericht met o.a. cliënten van de voedselbank en Doras. Het idee is om het koor te laten optreden in de pilot. Saskia gaat na de vakantie op bezoek bij het koor om te onderzoeken of het koor in de pilot past;

Huis van Wijk De Meeuw en de Banne – Hier geven we gedurende het repetitieproces meerdere presentaties;

Modestraat – Modestraat en Parels voor de Zwijnen ruilen cliënten en vrijwilligers. Vrijwilligers van de Wisselboetiek zijn betroken voor het aankleden van de amateurs/spelers. Oudere cliënten van de voedselbank hebben meegedaan met het project Sweet 70 van de Modestraat;

Jonne Bruinsma van de HKU en Fotograaf /kapper Yves Galje: De foto-serie van Jonna zal ten en van Yves zal ten tijde van de speeldagen op de locatie worden geëxposeerd;

Jumbo en Dirk van de Broek – Beide winkels zitten om de hoek bij de Dansmakers op het Storkterein. We zijn met ze in gesprek over het leveren van goederen (o.a. voedsel, en het uitlenen van hun bus, stellages en kratten voor de inrichting van de bus;

Voedseltuin IJplein:  2 vrijwilligers brengen tijdens het spelen verse groenten. (en spelen een kleine rol in de voorstelling)

Stadsdeel Noord: belangrijk gesprekspartner i.v.m. het organiseren van een nagesprek met inspirerende sprekers na afloop van de pilot (uitnodigen) en voor de verdere ontwikkeling van de Club;

Restaurant Stork – alle medewerkers van de pilot (cliënten en medewerkers) krijgen een gezamenlijk diner aangeboden bij Stork eind december.

De samenwerking met de maatschappelijke organisaties is per definitie een inspirerende wisselwerking. De amateurs waarmee we samenwerken hebben bijna allemaal direct of indirect met deze organisaties te maken. Een theaterproject geeft alle betrokkenen, zowel de cliënten en vrijwilligers bij de Voedselbank als andere organisaties/personen de kans om elkaar op een nieuwe manier te leren kennen, en om uit te vinden wat we elkaar te bieden hebben.

De tijd die we in het vooronderzoek steken is óók bedoeld om een band op te bouwen met de organisaties waar we mee samenwerken. Het is een investering die zich terugbetaalt in het vervolgtraject naar De Koningin van de Voedselbank en wellicht straks ook in de Club. Ook daarin zullen we samen met deze organisaties en personen blijven opereren, waardoor de samenwerking zich verder kan ontwikkelen.

afbeelding van Davida de Hond

Goedemorgen Saskia, 

Dank voor het uploaden van de begroting en het dekkingsplan. 

Ik heb nog een keer specifiek naar je meedenkvraag gekeken. Uiteraard heb je al meegelopen bij een aantal activiteiten in Noord en draai je sinds januari mee als vrijwilliger van de voedselbank. Om het een echt community-project te laten worden is het ook van belang dat de groepen die mee gaan doen, ook echt zelf een grotere stem hebben in het voorbereidingsproces, ook mensen die niet per se willen mee spelen krijgen hierdoor een duidelijkere rol. Dit kunnen ook een aantal werksessies zijn. Een mooi voorbeeld van samen verkennen en maken vind ik het ExpoLab van het ZIDtheater: https://www.zidtheater.nl/explolab/ Dan ben je ook creatief nog bezig met de potentiele deelnemers van de pilot en wordt de kring rondom het project van makers groter. 

De periode tussen start van de pilot en het opvoeren is niet heel groot, wellicht is het voor het beantwoorden van je meedenkvraag praktischer om deze periode iets te verlengen of te intensiveren (omdat de feestdagen een groot thema is). Zodat die samenkomst en actie ook plaats kan vinden als onderdeel van de pilot. 

afbeelding van Saskia Huybrechtse

Ha Sarah, we hebben de begroting geupload. Deze week is de dramaturge weer terug van vakantie. Ik ga met haar nog door de tekst heen, hier en daar opschonen en aanscherpen. Dan hoop ik het deze week te kunnen insturen.

 

 

 

afbeelding van Sarah Haaij

Denk er ook aan dat je in de loop van de Denk-mee je begroting upload. Zoadat wij goed kunnen zien voor welk onderdeel van je project je bij ons subsidie aanvraagt. De repetities en workshops, het diner of het hele traject. 

afbeelding van Saskia Huybrechtse

He Sarah wat grappig, nee, ik heb het niet gelezen,  maar afgelopen zaterdag ben ik voor het eerst een koffie gaan drinken. Heerlijke koffie en een fijn terras, toch zullen veel oude bewoners hun neus ophalen voor Keppler of Kef die ernaast zit, de kaasboer met de lekkerste kaas van Amsterdam Waarom? Omdat ze zich er niet thuisvoelen of omdat het te duur is (6,- voor een biertje). Net zoals de meeste nieuwe bewoners niet naar No 1 gaan. Ik ga er ook niet heen. Dat is wat gentrificatie doet met een buurt. Hoe goed de bedoelingen van de nieuwe ondernemers ook zijn. Hoewel ik niet begrijp waarom Tante Ali niet in de bediening rondloopt bij Keppler (zei column Chis Keulemans).  Dat zou echt al een verschil maken. Ik geloof oprecht dat we allemaal blijer worden als deze twee werelden bij elkaar komen. Maar dat gaat niet vanzelf. Je zult die ontmoetingen moeten initiëren en regisseren, ik denk aan de Wasserette van het Volksoperahuis in Café de Bult. Toen zat het bomvol met oude en nieuwe bewoners. Dan komen de twee werelden ineens bij elkaar en dan gebeurt er echt iets geweldigs!

Ik heb de link van de column Chris Keulemans hieronder toegevoegd en hieronde  2 passages uitgehaald.

''Ondernemers zo gastvrij als Mick (Il Pecorino) en Mike & Kees (Café Keppler) vind je zelden. Als het even kan zoeken ze hun personeel in Noord. Peter Blonk van Ymere heeft er van begin tot eind ziel en zaligheid in gestoken. En toch. Niemand was er op uit, integendeel, maar: als je wil zien waar gentrificatie overgaat in segregatie moet je hier zijn. Ome Ali en tante Alie komen hier niet. Die snappen heel goed dat hun territorium ophoudt op bij de markt. Omgekeerd gaan Pepijn en Janneke niet naar Eetcafé No. 1 aan het Mosplein, van de al even gastvrije Levent

''Dit is een als cadeau verpakt probleem. De beste koffie, pizza, kaas, pasteitjes, broden en bloemen van de stad vind je nu op het Van der Pekplein. Vooralsnog is er niet gekozen voor Starbucks of Bagels&Beans. Maar de verschillen die Noord Noord maken zijn weggepoetst. Als we niet uitkijken staat er straks op de uniforme rode luifels: dit plein is er niet voor iedereen. De volgende keer dat ik er een zomeravond doorbreng zal ik me sufpiekeren. Kunnen we hier nog iets aan veranderen? Waarom zijn al die uiteenlopende Noorderlingen die er de afgelopen tien jaar zijn betrokken bij al die uiteenlopende initiatieven ineens, nu het erop aankomt, niet zichtbaar op het plein? Waarom kan een plein geen plek meer zijn waar je kan zitten zonder geld uit te geven? Of moeten we ons erbij neerleggen dat dit de toekomst is van Amsterdam: dat we met zijn allen heel hard werken om precies het tegenovergestelde te bereiken van wat we wilden?''

https://www.ilovenoord.nl/2017/07/het-nieuwe-van-der-pekplein-2/

afbeelding van Sarah Haaij

Een belangrijke relativering denk ik! 

afbeelding van Davida de Hond

Goedenavond Saskia,

Als coach op dit platform draag ik ook graag bij aan de verdere uitwerking binnen deze fase van de aanvraag. De laatste opmerking die Sarah hieronder maakt, vind ik een legitieme. Door te richten op de bewoners van Noord, ook in het stuk, wordt het eigenaarschap eerder gedeeld met elkaar. Dialoog ontstaat dan ook tijdens het maakproces en deze ontmoetingen kunnen meegenomen worden in het vormgeven van het stuk. Daarnaast wellicht ook in het formuleren en samen aangaan van die vervolgstappen, zoals een club of een andere vorm van uitwisseling. 

afbeelding van Saskia Huybrechtse

Ha Davida, zie mijn reactie van vandaag op de 1e vraag van Giovanni. Is dat een aantwoord op je vraag?

afbeelding van Sarah Haaij

Dag Saskia, als adviseur denk ik ook met je mee over De Koningin van de Voedselbank. Met de regeling en criteria in het achterhoofd proberen we het project zo gezamenlijk klaar te stomen voor de Beslis-mee fase. 

Een mooi en boeiend concept om werknemers van de voedselbank, die misschien ooit zelf klant waren, een voorstelling te laten maken. Je bent al volop aan de slag door in een ver voorstadium van de voorstelling een band op te bouwen met spelers en doelgroep.  

Op Jij maakt het mee zijn we vooral benieuwd naar het creatieve en participatieve proces dat amateurs doormaken. Daar zou je ons dus nog wel meer over kunnen vertellen. Hoe zien straks de repetities en je aanpak eruit?  

Een vraag heb ik nog wel bij de tweedeling die je aangeeft tussen oude en nieuwe bewoners, arm en rijk. Bij de pilot komen dan vooral mensen uit de 'sjieke buurten' kijken, schrijf je. Maar biedt een gemengde voorstelling niet juist veel mogelijkheden voor een gemengd publiek? Uiteindelijk zoek je naar verbinding.  

Praktisch; let er op dat je reacties die je geeft ook via de tabbladen in je projectplan op dit platform verwerkt.

afbeelding van Saskia Huybrechtse

Goedemorgen Sarah, dank je voor je reactie.

Zie onder een bechrijving van het repetitieproces en werkwijze. Ik heb het gelijk verwerkt in de planning.

In reactie op jouw vraag of een gemengd publiek niet meer mogelijkheden biedt. Het is niet onze intentie om alleen maar rijke en chique mensen uit te nodigen. Het publeik zal gemengd zijn. We nodigen deze mensen in de eerste plaats uit omdat het nieuwe Noordelingen zijn en ze weinig of geen binding hebben met het oude Noord. In de ogen van veel oude Noordelingen zijn deze mensen wel rijk en chique. Wat ik ecbt een kwaliteit vindt van mensen uit volksbuurten is dat ze veel betekenen voor de cohesie in de buurt. Zeker in Noord is dat nog zo voelbaar. Het individualisme van de afgelopen jaren heeft ons veel vrijheid opgeleverd, maar het heeft ons ook vervreemd van onze omgeving. We vergeten soms waar het echt over gaat. Het is belangrijk om de mensen een spiegel voor te houden, zodat ze zelf kunnen zien hoe bijzonder hun buurt is en wat we van ze kunnen leren. Zoals je in het voorstel kunt lezen spelen er in de pilot ook nieuwe Noordelingen mee.

Planning en werkwijze pilot

Van eind oktober t/m december repeteren we met acteurs en bewoners van Noord die we voor de pilot hebben geselecteerd. We streven naar zo'n 15 tot 20 mensen, een bonte mix van verschillende leeftijden en cultuur (oude en en paar nieuwe Noordelingen). Als kickoff starten we met een feestelijk diner in De meeuw waarbij iedereen z’n lievelingsgerecht meeneemt en daarover iets persoonlijks verteld. Dan volgt een intensieve workshop van 2 weken waarin we werken met verschillende spelopdrachten. Voor de amateurs is dit een kennismaking met de werkwijze van Parels voor de Zwijnen. Een belangrijke motivatie is dat deelnemers extra hun best gaan doen. Er staat iets voor ze op het spel en dat werkt motiverend. In onze vorige producties o.a. Lieve Joke en Honolulu hebben we ervaren hoeveel dit voor allebei op kan leveren. Er zullen bij sommige mensen onvermoede talenten te voorschijn komen, terwijl anderen zich prettiger voelen in een wat minder zichtbare rol. Sommigen zijn ondersteuners, anderen bloeien juist op in het voetlicht. We willen zoveel mogelijk mensen bij de voorstelling betrekken en zijn of haar kwaliteiten de ruimte geven. Dat kan op allerlei manieren: als acteur, als figurant of ter ondersteuning van het productieteam.

Na de workshop starten we op basis van het verzameld materiaal en het concept met de repetities. Omdat het thema ‘eten’ is en zullen we zeker 2 x in de week samen koken en eten. Juist dan ontstaan vaak de mooiste verhalen, anekdotes, en zo ontdekken we hoe we de verhalen, de scènes en ‘intermezzo’s’ het beste kunnen inzetten en vormgeven samen met het publiek. Het betrekken van de amateurs, op welke manier dan ook, vraagt geduld en tact en vooral heldere afspraken. Er wordt van ze verwacht dat zij elke dag bij repetities aanwezig kunnen zijn en bijdragen aan de inhoud van de voorstelling. Voor hen is het allemaal nieuw, een beetje spannend en onbekend. Om gewend te raken aan publiek zijn er gedurende het repetitieproces regelmatig openbare repetities en presentaties voor een klein en vertrouwd publiek in o.a. in Huis van de Wijk De Meeuw en de Banne. Zo raken ze steeds meer gewend in het optreden voor een publiek. We hebben ervaren dat dit amateurs (maar ook acteurs) enorm uitdaagt, stimuleert en ook motiveert. Een andere reden om deze presentaties te houden is dat we op deze manier publiek (uit de gemeenschap) nieuwsgierig maken naar de pilot en voorstelling. Deze elementen vormen samen de voorbereiding naar 'Wat eten we vandaag' op 21, 22 en 23 december.

Toelichting werkwijze

In de pilot spelen vier professionele acteurs mee waaronder ook de kok. De professionele acteurs zullen ook als coach optreden voor de amateurs, om de gevraagde theatraliteit te bereiken en een professionele voorstelling neer te zetten. De eigenheid en de authenticiteit van de mensen staat voorop. Het belangrijkste in het repetitieproces is dat de amateurs straks als sterke individuen op het podium staan en vrijuit durven te spelen. De voorstelling zal op een intuïtieve en associatieve manier tot stand komen op basis van improvisaties. Hun verhalen, hun achtergrond en hun geschiedenis vormen het materiaal. De improvisaties worden aangevuld met fictief materiaal en zo zullen er nieuwe teksten, scènes en fragmenten ontstaan. Dat schept een veilige afstand tot de persoonlijke ervaringen. Waarheid en fictie worden dus zo gecombineerd dat het voor de spelers makkelijker wordt om vrijuit te spelen. Er wordt gewerkt met levende mensen. Iedere dag maken ze van alles mee en gebeuren er weer nieuwe dingen die wellicht verwerkt worden in de voorstelling. Omdat de voorstelling geen klassieke vorm heeft en het publiek ook een rol speelt is er geen script, maar een draaiboek met daarin ruimte aan de spelers en het publiek om te improviseren. Dat is het spannende van deze vorm waarin met elkaar en telkens met een nieuw publiek gekookt en gegeten wordt. Als er iets spontaans gebeurt dan beleven we dat, op dat moment, met elkaar. Een verspreking, een traan, iets pijnlijks of juist iets heel komisch. Iedere avond zal daarom anders zijn.

De kracht om ‘vanuit het niets’ met elkaar te werken naar een voorstelling, het leren van elkaar, het uitwisselen van nieuwe talenten en kwaliteiten binnen een groep, levert veel energie en zelfvertrouwen op. Uit het verleden hebben we de ervaring dat door het toegenomen zelfvertrouwen en het grotere gevoel van eigenwaarde deelnemers worden gemotiveerd om het traject naar de voorstelling vol te houden.

 

afbeelding van Eva de Klerk

Hoi Saskia, Nu weet ik dat jij al een tijdje met een Club bezig bent. Ik lees hierover niets in jouw aanvraag. Zou daar graag wat meer over horen en ook wat de Koningin van de Voedselbank op de langere termijn voor Noord kan gaan betekenen. Groet van Eva, oprichter Kinetisch Noord, Skatepark NOORD.

afbeelding van Saskia Huybrechtse

Ha Eva, het klopt dat we in het plan niets over de Club hebben opgenomen. Ik ga me nu eerst focussen op de pilot en de voorstelling. In m’n achterhoofd broeit het idee voor een club.. Een sociaal artistiek huis in het hart van Noord. Vanuit dat huis willen we de vinger op de zere plek leggen van de gentrificatie in Amsterdam Noord. Met theater, lezingen, vertelmiddagen, tentoonstellingen, altijd in co-creatie met de oude en nieuwe Noordelingen. In 2007 wilden we ons met Parels voor de Zwijnen al vestigen in Noord in het Zonnehuis. Hier voelen we ons helemaal thuis en de buurt geeft ons materiaal. Maar toen was dat een brug te ver omdat we onvoldoende geworteld waren in deze buurt. Nu ik hier zelf woon wil ik die droom weer oppakken, maar dat kan alleen met partners en voldoende draagvlak. Op dit moment heb ik vrijwel dagelijks inspirerende ontmoetingen met allerlei mensen en organisaties in Noord. In deze volkse omgeving voelen we ons helemaal thuis en de buurt geeft ons materiaal. De Koningin is een opmaat voor de Club en voor volgende nieuwe projecten in Noord.

 

 

Pagina's